⏱️ 2 min leestijd
De lichten van de bromfiets: zien en vooral gezien worden
Op een bromfiets bent u klein, stil en gemakkelijk over het hoofd te zien in een spiegel. Uw lichten dienen niet alleen om de weg te verlichten: ze dienen in de eerste plaats om te bestaan in de ogen van de anderen. Hier is de vereiste uitrusting en de momenten waarop u ze moet ontsteken.
De lichtuitrusting van uw bromfiets
- Vooraan: een dimlicht (wit of geel licht) dat de weg verlicht zonder te verblinden.
- Achteraan: een rood licht en een rode reflector (de reflector die het licht van de koplampen terugkaatst).
- Een stoplicht dat gaat branden bij het remmen, om wie u volgt te waarschuwen.
- Richtingaanwijzers als ze af fabriek gemonteerd zijn: ze moeten werken. Zonder richtingaanwijzers geeft u elke richtingsverandering aan met een armgebaar, horizontaal gestrekt.
Wanneer moet u uw lichten ontsteken?
- Van valavond tot zonsopgang: dimlicht vooraan, rood licht achteraan — altijd.
- Overdag zodra de zichtbaarheid onder ± 200 m zakt: slagregen, mist, sneeuwval → dezelfde lichten.
- De rest van de tijd: houd het dimlicht permanent aan. Op de meeste recente bromfietsen gaat het trouwens automatisch aan bij het starten — het is uw beste bescherming tegen het "ik had hem niet gezien".
Als uw bromfiets uitgerust is met een grootlicht (de grote koplamp), gelden dezelfde regels als voor elk voertuig: verboden zodra u iemand kruist, een andere weggebruiker van dichtbij volgt of de openbare verlichting volstaat — u schakelt terug naar het dimlicht om niet te verblinden.
Klaarlichte dag, maar dichte mist beperkt de zichtbaarheid tot 150 m. Uw lichten?
❓ Veelgestelde vragen
Moet ik overdag met het licht aan rijden?
Het is sterk aanbevolen en op de meeste recente modellen automatisch: een tweewieler met brandend dimlicht wordt door automobilisten veel vroeger opgemerkt.